Als je nieren niet meer werken, kan dialyse of niertransplantatie de functie van de nieren (deels) overnemen. In deze tekst wordt de peritoneale dialyse beschreven.
Als je nieren niet meer werken, kan dialyse of niertransplantatie de functie van de nieren (deels) overnemen.
In deze tekst wordt de peritoneale dialyse (PD) beschreven.
Peritoneale dialyse is een behandeling die wordt gebruikt om de functie van de nieren te vervangen wanneer deze niet meer goed werken. Het verschilt van hemodialyse doordat het gebruikmaakt van je buikvlies (het peritoneum) om afvalstoffen en overtollig vocht uit je lichaam te verwijderen. Daarom wordt deze vorm van nierdialyse ook wel buikspoeling of buikdialyse genoemd.
Bij peritoneale dialyse wordt een speciale vloeistof via een katheter in je buikholte gebracht. Deze vloeistof blijft daar een tijdje zitten en verwijdert afvalstoffen en overtollig vocht uit je bloed via een natuurlijk proces. Na een paar uur wordt de gebruikte vloeistof uit je buik verwijderd en vervangen door nieuwe, schone vloeistof. Dit proces heet een wisseling en wordt meerdere keren per dag herhaald.
Bij peritoneale dialyse heb je vaak 24 uur per dag spoelvloeistof in je buik. Voor sommige mensen is dit niet de hele dag nodig. Dat hangt af van hoeveel je eigen nieren nog werken en of ze nog goed het overtollig vocht kunnen uitplassen.
Peritoneale dialyse doe je thuis. Je leert de wisselingen zelf uit te voeren of met hulp van je partner of een verzorger. Het geeft je meer vrijheid in vergelijking met andere vormen van dialyse.
Er zijn twee manieren om peritoneale dialyse uit te voeren, handmatig of met behulp van een toestel.
Bij CAPD breng je de dialysevloeistof handmatig in je buik. Je hebt dus geen machine nodig. Je laat de vloeistof manueel inlopen en laat deze voor een aantal uren in de buik zitten. Na een paar uur laat je de gebruikte vloeistof weer weglopen en vervang je deze opnieuw door schone dialysevloeistof. Als het nodig is laat je ook ’s nachts vocht in je buik voor het slapengaan. CAPD kan thuis worden gedaan en vereist geen speciale machine.
Bij APD gebruikt je een toestel (ook wel cycler genoemd) om de buikspoelingen automatisch uit te voeren terwijl je slaapt. Voor het slapen bereid je het toestel voor en koppel je de nodige zakken met vloeistof aan die ’s nachts gebruikt zullen worden. Vervolgens koppel je jezelf aan het toestel met een slangetje. De machine pompt ’s nachts automatisch de vloeistof in en uit je buik terwijl je slaapt en doet de behandelingen dus voor jou. ’s Ochtends koppel je je los van het toestel en ben je vrij om te gaan en staan waar je wil. Net als CAPD kan ook APD thuis worden gedaan.
APD geeft je meer vrijheden overdag maar heeft als nadeel dat je het minder gemakkelijk op verschillende plaatsen kunt uitvoeren. Behalve de zakken met vloeistof moet je namelijk ook telkens het toestel verplaatsen.
Beide vormen van peritoneale dialyse hebben hun voor- en nadelen, en de keuze tussen CAPD en APD kan afhangen van je levensstijl, gezondheidstoestand en persoonlijke voorkeur.
Je buikvlies is jammer genoeg niet zo efficiënt als twee goedwerkende nieren om de afvalstofjes en het overtollige vocht uit het lichaam te krijgen. Daarom doe je de peritoneale dialyse dagelijks. De meeste patiënten hebben 24 uur per dag de spoelvloeistof in hun buik. Zo krijgen de afvalstoffen alle tijd om in de spoelvloeistof te trekken. Je kunt uiteraard gewoon rondlopen terwijl deze vloeistof in je buik zit. Enkel voor de wisselingen moet je even de tijd nemen.
Voordat je start met peritoneale dialyse, handmatig of met een toestel, wordt alles zorgvuldig uitgelegd en geoefend in het ziekenhuis. Na deze training kun je de handelingen zelf thuis uitvoeren of laten uitvoeren door je partner of zorgverlener.
Wisselen kan ook op het werk, tijdens een dagje uit of op vakantie. Zolang de plek waar je de vloeistof verwisselt maar schoon is.
De zakken spoelvloeistof en andere materialen worden regelmatig thuis geleverd zodat je altijd voldoende voorraad hebt. Dit gebeurt door de leverancier, de apotheek of het dialysecentrum.
Elke 6 tot 8 weken ga je op controle in het dialysecentrum. De dokters en verpleegkundigen onderzoeken je en voeren controles uit van bloed, urine en soms de spoelvloeistof zelf.
De arts en verpleegkundige kijken zo of de spoelingen goed verlopen en of de afvalstoffen en het overtollige vocht voldoende worden verwijderd. Verloopt de dialyse minder goed dan wordt het schema soms aangepast of wordt een andere spoelvloeistof gebruikt. Zelden raakt het buikvlies uitgeput na jarenlang gebruik of bijvoorbeeld na een infectie. Als de buikspoelingen niet meer goed verlopen kan het soms nodig zijn om over te schakelen naar een andere dialysetechniek.
De meeste mensen kunnen kiezen of ze peritoneale dialyse of hemodialyse willen doen. Beide behandelingen hebben hun voordelen en beperkingen maar het is vooral ook belangrijk wat je zelf wilt.
De arts bekijkt samen met jou of peritoneale dialyse mogelijk is. In de volgende situaties kan het moeilijk zijn om peritoneale dialyse te doen:
Als je een breuk in je buikwand (hernia) hebt, bijvoorbeeld een liesbreuk, littekenbreuk of een navelbreuk, moet deze eerst worden hersteld. Dit kan soms ook tijdens de operatie waarbij de katheter geplaatst wordt.
Als je hartfalen hebt, kan peritoneale dialyse juist gunstiger zijn dan hemodialyse. Peritoneale dialyse geeft vaak minder vochtschommelingen dan hemodialyse en is daarom minder belastend voor het hart.
Peritoneale dialyse gebeurt thuis. Dat kan alleen als jouw woning voldoet aan bepaalde eisen. Een medewerker van het dialysecentrum komt daarom op huisbezoek.
Het starten van dialyse heeft een grote emotionele en praktische impact op je leven. Je kunt beperkingen ervaren thuis of op je werk, bij het huishouden, sport, autorijden en uitgaan. Ook op vakantie gaan met buikdialyse vraagt aanpassingen. Je behandelingsteam kan je helpen om hiermee om te gaan en samen denken aan oplossingen.
Soms kunnen er problemen optreden tijdens de behandeling.
Het gaat om bijwerkingen, zoals:
De meeste spoelvloeistoffen bevatten suikers (glucose) en kunnen daardoor leiden tot eetlustvermindering of gewichtstoename. Bespreek klachten altijd met de nefroloog of verpleegkundige. Zeker als je nieuwe klachten krijgt of als bestaande klachten verergeren.
Bij peritoneale dialyse werkt jouw buikvlies als filter. Er lopen veel bloedvaten door het buikvlies. In het buikvlies zitten ontelbare kleine gaatjes (poriën) die werken als een semipermeabel membraan. Afvalstoffen en overtollig vocht kunnen vanuit de bloedvaten door deze poriën naar de spoelvloeistof via diffusie en osmose.
De spoelvloeistof raakt na een tijd verzadigd met afvalstoffen en overtollig vocht. Hierdoor stopt de verplaatsing van afvalstoffen en vocht en vindt er geen filtering (dialyse) meer plaats. De spoelvloeistof met afvalstoffen wordt gewisseld door schone spoelvloeistof en het proces begint opnieuw.
Om peritoneale dialyse uit te voeren, wordt een zachte katheter (een flexibel buisje)in de buikholte van de patiënt geplaatst. De katheter heeft onder de huid 2 verdikkingen (cuffs) gemaakt van een sponsachtig materiaal dat vastgroeit onderhuids. Hierdoor blijft de katheter mooi op zijn plaats, voorkomen we dat vocht langs de katheter naar buiten lekt en voorkomen we dat bacteriën via de huid in de buikholte komen.
In de buikholte loopt de katheter tot laag in de onderbuik. Op het uiteinde van de katheter zitten kleine gaatjes waardoor de spoelvloeistof in en uit kan lopen.
De katheter hangt aan de andere kant zo’n 10 cm uit de buik en heeft aan die kant een aansluiting die gebruikt wordt om nieuwe zakken met spoelvloeistof aan te koppelen.
De katheter wordt geplaatst met een kleine ingreep en kan na ongeveer 2 weken gebruikt worden.
Als je acuut met dialyse moet starten, is een acute opstart van de buikdialyse ook mogelijk, mits bepaalde maatregelen genomen worden (o.a. kleine spoelvolumes, enkel dialyse in liggende houding,…).
Zowel CAPD als APD hebben hun eigen voor- en nadelen. CAPD biedt meer flexibiliteit omdat het geen machine vereist, terwijl APD ’s nachts automatisch verloopt en overdag meer vrijheid biedt.
Het succes van peritoneale dialyse hangt af van verschillende factoren, zoals de gezondheid van de buikholte, de naleving van het behandelingsprotocol, je algehele gezondheid en je vermogen om met de apparatuur en procedures om te gaan. De keuze tussen CAPD en APD wordt meestal gemaakt op basis van je individuele behoeften, levensstijl en medische overwegingen.
De spoelvloeistof of het dialysaat is een belangrijk onderdeel van peritoneale dialyse. Er zijn verschillende soorten dialysaten die worden gebruikt in peritoneale dialyse, elk met hun eigen samenstelling en eigenschappen:
Dit is de meest gebruikte vorm. Het bestaat uit een oplossing van elektrolyten, zoals natrium, kalium, calcium en magnesium, en glucose (een suiker). De glucose trekt vocht aan en helpt bij het verwijderen van afvalstoffen uit het bloed door osmose. De hoeveelheid glucose (suiker) kan per type dialysaat verschillen. Hoe meer glucose het bevat, hoe meer vocht er verwijderd kan worden. Maar hoge dosissen suiker kunnen ook nadelen hebben zoals gewichtstoename of uitputting van het buikvlies.
Dit type dialysaat bevat icodextrine in plaats van glucose. Icodextrine wordt gemaakt van maïszetmeel en bestaat uit lange ketens van glucose. Icodextrine wordt niet opgenomen door het buikvlies, en daardoor werkt het langzamer en langer. Hierdoor kan het dialysaat langer in de buik blijven. Bij mensen met diabetes geeft het bovendien minder schommelingen in de bloedsuikerspiegel. Dialysaatvloeistof met icodextrine mag je maar eenmaal per dag gebruiken. Bij CAPD is dit tijdens de nacht en bij APD overdag. Voor de andere wisselingen gebruik je dialysaat met glucose.
Dit dialysaat bevat aminozuren in plaats van glucose of icodextrine. Het kan een bron van energie en belangrijke voedingsstoffen zijn voor patiënten die peritoneale dialyse ondergaan. Vaak wordt het ook gebruikt om de dagelijkse hoeveelheid glucose, die in de buikholte terecht komt, te verminderen, bijvoorbeeld bij diabetici of patiënten die bijkomen in gewicht door de peritoneale dialyse.
De keuze voor het juiste dialysaat hangt af van verschillende factoren, waaronder je behoeften, de frequentie en duur van de behandelingen, en eventuele complicaties die zich tijdens de peritoneale dialyse kunnen voordoen. De behandelend arts zal bepalen welk type dialysaat het meest geschikt is voor jou, rekening houdend met je medische geschiedenis en je behoeften. Misschien raadt je arts je aan om verschillende soorten PD-vloeistoffen te gebruiken.